Waarom kon ik geen examen doen toen ik negen was?


waarom kon ik geen examen doen toen ik negen was


Onze oudste zoon wil toch even reageren op de nieuwsberichten van vorige week over uitzonderlijk begaafde kinderen:


A. 12 jaar "Waarom kon ik geen examen doen toen ik negen was? Ik had op die leeftijd ook al een volledig profiel af tot VWO 6.. Mijn ouders hebben zelfs HBcentrum opgericht om ons en alle kinderen uit de regio te helpen. Mijn enige doel was een diploma halen omdat ik verlost wilde zijn van de leerplicht. Ik werd eigenlijk alleen maar ziek van school. De kennis zat in mijn hoofd maar er was geen vaste route voor kinderen zoals ik. De IB'er van de basisschool uit ons dorp heeft me voor verschillende vakken uitleg gegeven tot ongeveer VWO 4. Ze is een held en ik heb veel geluk gehad dat ik gezien en gehoord ben. Leerjaar 5 en 6 heb ik grotendeels zelfstandig gedaan bij HBplus. Gelukkig had ik surfen, snowboarden en gamen als uitlaatklep. Hierdoor ben ik gelukkig nooit heel erg depressief geraakt. Ik ben blij met mijn huidige klas en school. De druk om zo snel mogelijk een diploma te halen is weg, omdat ik het fijn heb op school met mijn klasgenoten en betrokken leerkrachten. Voor nu is VWO 4 prima. Ik wil niet eens naar de universiteit.. In deze klas leer ik wat ze willen horen op een toets. Blijkbaar is er een verschil tussen een goed antwoord en het gewenste antwoord bij een toets. Uiteindelijk dus ook bij een examen. Dat verschil leer ik nu op school.. En stiekem heb ik ook wel lol met mijn docenten als mijn antwoord eigenlijk beter is. Dit soort dingen maakt school nu toch wel leuk voor mij. Vooral bij het vak economie. Maar toch vraag ik me af waarom er geen vast protocol is voor kinderen zoals Laurent en ik. Had Laurent dan geen eigen, originele antwoorden? Of is hij echt getraind om examens te maken? Mijn school staat open voor mijn originaliteit en is al jaren op zoek naar een weg om mij testbaar te maken zonder mijn identiteit te schaden. Hoe is dit dan bij hem gegaan? En waarom is juist hier geen aandacht voor in de media? Laurent is niet alleen en we hebben allemaal hulp nodig!"

Ook in de Trouw is er deze week aandacht voor dit onderwerp:

De jongst afgestudeerde aan een universiteit wordt hij niet, maar bijzonder is hij wel: de hoogbegaafde Laurent (9). Vorige week staakte hij zijn studie aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Andere superslimme kinderen lopen vast in het schoolsysteem.

Djuna Spreksel 18 december 2019, 11:24
Zijn studiegenoten op de Technische Universiteit van Eindhoven moeten regelmatig vreemd opgekeken hebben van het negenjarig jongetje in de wandelgangen, bezig om drie keer zo snel als zijzelf een diploma te halen. De hoogbegaafde Laurent kreeg er sinds een aantal maanden vijf dagen per week privéles, had een aangepast rooster en zijn studievoortgang werd nauwlettend in de gaten gehouden.

Toen volgde er een conflict tussen de ouders van Laurent en de universiteit. Zijn ouders spraken van pestgedrag en een onterechte beschuldiging van plagiaat, de universiteit verklaarde dat die zijn beoogde afstudeerdatum in december niet haalbaar achtte. Na veel consternatie staakte Laurent zijn studie Electrical Engineering. Hij wordt toch niet de jongste afgestudeerde ooit.

Het opmerkelijke verhaal van Laurent roept de vraag op hoe uitzonderlijk zijn situatie is. De Vereniging voor Nederlandse Universiteiten (VSNU) berekende dat er in 2018 73 jongeren onder de zestien jaar studeerden aan een Nederlandse universiteit. Dat aantal blijft al een aantal jaren min of meer gelijk. Onder de leeftijdsgrens van vijftien jaar loopt het aantal snel terug: in 2018 studeerden er maar zes. Wegens privacyredenen worden hun namen niet genoemd. Een rondgang langs universiteiten bevestigt dit beeld. Op de Universiteit van Amsterdam studeren nu drie zestienjarigen, aan de Technische Universiteit in Delft zijn volgens een woordvoerder ‘enkele gevallen’ bekend.

Depressief door gebrek aan passend onderwijs
Het superslimme, negenjarige zoontje Indra van Marieke Maesen uit Venlo zit nog op de basisschool. Hij heeft een IQ van boven de 145. Door gebrek aan passend onderwijs kwam hij vorig jaar zwaar depressief thuis te zitten. Een nieuwe basisschool heeft hem er met een lesprogramma op maat weer bovenop geholpen. “De Talentencampus doet alles wat binnen zijn macht ligt, maar de hoogbegaafdheidscoach geeft aan dat ook de plusstof voor hoogbegaafden niet ver genoeg gaat om in zijn kennisbehoefte te voorzien”, zegt Maesen. “Geregeld krijgen we dan ook signalen van terugval. School onderneemt gelukkig actie en heeft – uit pure noodgreep – geregeld dat hij elke vrijdag naar de Da Vinci Day op een middelbare school mag.” Daarnaast gaat hij naar de speciale Sterrenkundeclub op de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Indra wil het energieprobleem op aarde oplossen, middels bliksemopvang. Omdat dit op aarde nog niet mogelijk is, wil hij kijken of dit in de ruimte misschien wel kan.”

Bij kinderen met een IQ van boven de 130 wordt gesproken van hoogbegaafdheid. Deze bollebozen zijn vaak voldoende geholpen met ‘plusklassen’, extra begeleiding en eventueel een of twee keer ‘versnellen’, wat een klas overslaan betekent. “Ze kunnen dan op hun zestiende naar de universiteit, en zijn daar gelukkig. Hoogbegaafde kinderen staan vaak stevig in hun schoenen en voelen zich thuis bij mensen die twee jaar ouder zijn: die stellen dezelfde vragen en vinden dezelfde grapjes leuk”, vertelt dr. Tessa Kieboom. Ze bekleedt de leerstoel hoogbegaafdheid aan de Universiteit van Hasselt, staat aan het hoofd van expertisecentrum Exentra in Antwerpen en is schrijfster van het boek ‘Hoogbegaafd: als je kind (g)een Einstein is’.

Versneld leerstof doorlopen is op veel basisscholen nauwelijks mogelijk
Volgens de Gauss-curve heeft 0,1 procent van de kinderen een IQ van boven de 145, zij zijn daarmee ‘uitzonderlijk hoogbegaafd’. Daar lijken de werkelijke problemen te ontstaan, en zijn ouders soms de wanhoop nabij. Ze verenigen zich in belangengroepen, zoals Pharos, en ondersteunen elkaar in Whats­App- en Facebook-groepen. Maesen: “Een kind moet meestal eerst psychisch vastgelopen zijn, voordat een basisschool één of twee jaar versnellen überhaupt wil overwegen. Daar komt bij dat veel middelbare scholen helemaal geen tienjarige willen aannemen en ook daar versnellen nauwelijks mogelijk is. Met een beetje pech komen ze nooit op de universiteit terecht: daarvoor zijn ze namelijk al in een depressie beland en hebben de moed opgegeven.”

Kieboom slaat een nuchtere toon aan. Volgens haar is er de laatste tijd een hype ontstaan rond ‘uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen’. “Vaak denken ouders dat het helemaal niet goed gaat met hun kind, maar valt dat wel mee. Hoe slimmer het kind, hoe eerder het geneigd is om nuttige interventies, zoals het aanbieden van moeilijkere leerstof, bij voorbaat te verwerpen. Ze zijn namelijk ook gevoeliger voor falen, en proberen dat te voorkomen.”

Te weinig kennis van zaken
Wel deelt ze de mening dat er momenteel te weinig scholen met kennis van zaken handelen. “Dat begint al op de Pabo, waar de docenten van morgen nauwelijks iets leren over hoogbegaafdheid. Scholen zouden veel meer tijd, ruimte en geld moeten krijgen om de juiste expertise te ontwikkelen om hoogbegaafde kinderen te kunnen bieden wat nodig is. Maar versnellen is een hele precaire ingreep en of het goed uitpakt, is per kind verschillend. Steeds meer versnellen is geen oplossing, maar kiezen voor een ander kwaad. Naast het cognitieve aspect hebben we ook te maken met de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van het kind.”

Volgens Maesen is het een misvatting te denken dat versnellen per definitie schadelijk is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van haar zoon Indra. “Het probleem zit erin dat het middelbare schoolsysteem niet is ingericht op dit soort jonge en anders lerende leerlingen. Docenten weten niet hoe met ze om te gaan. Daarnaast moeten ze zich daar alweer conformeren aan een voor hen te traag en langdradig leersysteem. Deze kinderen hebben een geheel ander onderwijssysteem nodig, een combinatie van de expertise van primair en voortgezet onderwijs, zodat hun sociaal-emotionele ontwikkeling én hun cognitieve capaciteiten gezamenlijk tot bloei kunnen komen.”

Simone Eringfeld (24) uit Breda was vijftien jaar toen ze voor het eerst naar de universiteit ging, in Tilburg. Ze rondde cum laude drie bachelors af in drie jaar tijd:
“Op de middelbare school ondervond ik al weerstand. Docenten en begeleiders waren onverschillig, en noemden me vaak misprijzend ‘geprivilegieerd’. Filosofiedocenten was ik vaak een paar stappen voor. In plaats van dat te stimuleren, was ik ‘te ambitieus’ en vooral ‘te kritisch’. Op de universiteit moest ik alles zelf uitzoeken, en dreigden docenten me te laten zakken voor een vak als ik wegens roosteroverlap afwezig was, al stond ik een negen. Er was onwil om samen te kijken naar oplossingen. Ik had heel graag, net als Laurent, meer begeleiding gekregen. Aan de andere kant zijn er veel meer hoog getalenteerde kinderen, maar zij krijgen vanwege tal van redenen niet dezelfde kansen, bijvoorbeeld omdat ze minder kapitaalkrachtige en mondige ouders hebben.”

Erik (16) uit Hoek van Holland begint volgend jaar aan zijn studie Electrical Engineering aan de Technische Universiteit in Delft:
“Op de basisschool werd ik gepest. Waarschijnlijk door mijn hoogbegaafdheid. Er was een plusklas, maar leraren zeiden vaak dat ik maar wat voor mezelf moest gaan doen, als ik al klaar was. Ik verveelde me vaak. Het ging veel beter toen ik naar de middelbare school ging. Hier zijn docenten betrokken en zijn er veel leuke buitenschoolse activiteiten. Ik heb heel veel zin om volgend jaar te beginnen aan mijn studie en ik vind het niet zo erg dat ik een stuk jonger ben. Ik word sowieso altijd een paar jaar ouder geschat dan leeftijdgenoten. Ik mag alleen nog niet meedoen met alle activiteiten, en de anderen wel. Ook blijf ik voorlopig nog even lekker thuis wonen.”





POLL: 0.1 % van de kinderen op school heeft behoefte aan zeer specialistisch maatwerk voor uitzonderlijk begaafden. Is het mogelijk om hier een protocol voor te bewerkstelligen?